Je lach als wapen

Pas had ik te maken met een hele agressieve meneer. Hij kwam op hoge poten binnen, begon meteen te blazen en nog net niet te schelden. Hij vond dat ik actie op iets moest ondernemen en dat we dat hadden afgesproken. Inhoud is even niet belangrijk, maar wat wel belangrijk is: hoe reageer je op een boos iemand?

Als een van mijn kinderen boos doet reageer ik wisselend, soms afhankelijk van hoe moe ik ben. Ik doe boos terug, negeer, ga een gesprek aan om te proberen er achter te komen waarom ze zo boos zijn of ga de was ophangen.

Ook bij deze boze meneer had ik een paar opties. Het was een zakelijke omgeving en hij stond al voor mijn neus, dus was ophangen, negeren of weggaan waren geen keuzes. Ok, wat had ik dan nog als mogelijkheden? Razendsnel liet ik ze de revue passeren: terugblaffen, onderdanig doen, de boosheid weg laten gaan.

Ik koos voor het laatste. Met de lach als wapen. Ik liet hem eerst razen. Erkende zijn boosheid. Benoemde dat ook. Het werd al iets minder, maar hij bleef boos. Ik raakte zijn arm aan, vroeg hem of er een manier was voor hem om zijn boosheid kwijt te raken. Bijvoorbeeld even je lijf schudden. Ik deed het zelfs voor. Hij keek me even verbluft aan, moest lachen en was toen ontwapend. Daarna konden we een echt gesprek voeren.

Dat deden we overigens niet, want dit was een demonstratie oefening in een coachgroep. Gelukkig maar, want ik houd niet van boze meneren. Wel van lachen. En het hielp hier om de boosheid te neutraliseren.

 

Deze blog is geschreven door Babs Mouton, @verhalenvinder en coach. Ik help je graag de rode draad in je verhaal te vinden. Ik spiegel, inspireer en laat zien dat alles wat je nodig hebt om jezelf te zijn al in je zit. Kijk voor meer informatie, andere blogs en mijn gratis e-book Worden wie je bent op www.verhalenvinder.com

Wil je meer blogs lezen, like dan mijn Facebookpagina: www.facebook.com/verhalenvinder En als je maandelijks mijn Verhalenvinder BlogBrief wilt ontvangen, mail me dan op babs@verhalenvinder.com.

 

468 ad
%d bloggers liken dit: